Tagarchief: tutorial

Paspop

Als je kleding maakt, is het heel fijn om een paspop op jouw maat te hebben. Voor doorpassen kan je Mien gebruiken. Je hoeft dan niet meer jezelf lek te prikken, omdat je tijdens het passen die ene naad wil innemen. Of je kan een lap stof tegen de paspop spelden en moulerend een nieuw kledingstuk ontwerpen. Ideaal om zelfstandig kleding te maken dus.

Maar helaas zijn de meeste paspoppen niet precies jouw maat, zelf de poppen die je op maat kan instellen niet. Als je deze handige tips aanhoudt, kan jij thuis aan de slag. Lees verder

Nieuw kleurtje

Ken jij dat? Een kledingstuk dat al tijden in de kast hangt. Je ziet het als een van je lievelingen, maar draagt het bijna nooit. Ik heb dat ook wel eens. Neem nou dit jurkje. Het model staat me perfect. De kleur vind ik prachtig, maar is eigenlijk te licht voor mij. En het dessin is te romantisch. Kortom de jurk mist wat stevigheid om te passen binnen mijn creatief-dramatische stijl. Ik had al bedacht de jurk na te maken en een stof die goed bij mij past. Maar deze verdiende toch ook een tweede kans. Hoe? Door ‘m te verven.

Kleding verven in de wasmachine is makkelijk. Je laat de wasmachine een paar keer draaien en je hebt weer een gloednieuw kledingstuk. Maar soms is het ook een beetje spannend. Want pakt de verf op jouw kleding? En welke kleur komt er nu echt uit? Hier wat tips en trucs om je voor te bereiden.

kleding verven Lees verder

Strepen

Kijk naar buiten en je ziet dat het tijd is voor zomerse jurkjes. In de stoffenwinkel in Wijchen heb ik onlangs een heerlijk stofje gekocht met strepen die van kleur verlopen. Het patroon had ik al in mijn hoofd en het leek een snel en gemakkelijk project. De strepen wilde ik in de zijnaden laten doorlopen, maar dat ging niet als vanzelfsprekend. Heb je ook wel eens dat het patroon van de stof niet mooi doorloopt? Lees dan vooral verder, want met de juiste voorbereiding kan je de prachtigste kledingstukken maken.
In de eerste plaats moet je zorgen dat de stof recht ligt, want het is niet vanzelfsprekend dat als je de stof vouwt, de strepen van de twee lagen gelijk lopen. Ligt de stof niet recht, dan lopen de strepen scheef over je patroondeel. Wat kan je doen om dit te voorkomen? Vouw de stof netjes zodat de stofvouw(en) overal  dezelfde afstand tot de stofrand behoudt. Vervolgens speld en/of rijg je in de rand van een aantal strepen (afhankelijk van de breedte van de streep). Als je speld zowel in de bovenste als in de onderste laag in de rand van dezelfde streep steekt, ligt de stof op die plek recht op elkaar. Om er zeker van te zijn dat het overal goed zit, speld je op zeker vier plaatsen per streep over de stofbreedte. Zoals gezegd doe je dit bij meerdere strepen.

Vervolgens moet je er nog voor zorgen dat de patroondelen zo op de stof liggen, dat de strepen op de naden gelijk uitkomen. Maak je een jurkje met een rechte onderkant, dan is het simpel. Zorg dan de onderkant van de panden langs de zelfde streep liggen. Check vervolgens aan de bovenkant van de (zij-)naad en op een aantal tussenliggende punten of de strepen gelijk uitkomen met de andere panden. Vaak kan je gebruik maken van patroontekens die al in je patroon zijn aangegeven. Eventueel kan je zelf tekens aanbrengen, zodat het patroonteken bijvoorbeeld de bovenkant van een bepaalde streep aangeeft.
Ligt alles recht? Dan kan je knippen. Maar let op! Dat je alles juist geknipt hebt, betekent niet dat bij het naaien alles automatisch goed komt. Ik raad daarom aan de naden op een specifieke manier te spelden. Leg de rafelranden op elkaar en speld haaks op de naairichting. Steek de speld op de rand van een streep in en uit. Bij de onderste laag stof moet de speld ook precies op de rand zitten, anders krijg je geen doorlopende strepen. Omdat de spelden haaks op de naairichting geplaatst zijn, kan je ze tijdens het naaien laten zitten. Zo voorkom je dat de stof tijdens het naaien alsnog verschuift.
Dat het ook bij professionele naaisters soms niet wil lukken, bewijst dit zomerse project. Mijn stof was zo soepel, dun en beweeglijk dat ik de strepen niet mooi op elkaar kreeg. Ik heb er uren mee geworsteld, van alles geprobeerd, maar besloot dat ik het anders moest doen om een goed eindresultaat te krijgen. Gelukkig vond ik snel een oplossing. Ik besloot om het patroon niet op dubbele stof te spelden, maar op een enkele laag. Daarvoor moest ik wel het patroon aanpassen. Ik moest linker en rechter delen aan elkaar tekenen, omdat ik niet meer gebruik kon maken van een stofvouw. Dat bleek de uitkomst, want toen ik het voor- en achterpand op de stof legde, bleken de strepen prachtig door te lopen. Het model is verder vrij eenvoudig, dus toen ik dit obstakel gepasseerd was, zat alles zo in elkaar. Nu maar lekker genieten van het mooie weer!

Speldenkussen

Het staat al een tijdje op mijn verlanglijstje: een speldenkussen voor om mijn pols. Als professioneel naaister kan je ook eigenlijk niet zonder. De varianten die je in de winkel kan kopen, vind ik tamelijk saai. Hoog tijd om er zelf één te maken.
Ik heb gekozen voor een muffinmodel in zachte lentekleuren. Ik heb drie verschillende stoffen en contrasterend borduurgaren gebruikt. Het verrassingsingrediënt is een plastic dopje van de yoghurt. Dit voorkomt dat je bij gebruik door het kussen in je pols prikt. Vind je het eindresultaat leuk? Het speldenkussen is gemakkelijk zelf te maken. Je hebt geen naaimachine nodig. Volg gewoon de instructies hieronder.

speldenkussen van Atelier Bydo

Wat heb je nodig voor dit speldenkussen?
– dopje van bijvoorbeeld de yoghurt
– kleine cirkel voor de onderkant van het kussen (doorsnede 3,5 cm excl. naadtoeslag)
– rechthoekig lapje voor de staander rond het dopje (13×3,5 cm)
– grote cirkel voor de muffin (doorsnede 9 cm)
– rechthoekig lapje voor de polsband (20×10 cm)
– twee cirkels voor de jojo’s (doorsnede 7,5 cm)
– borduurgaren
– naaigaren
– vlieseline
– twee knoopjes
– stukje klittenband
– vulling

Als eerste knip je de stoffen in de goede maat. De maten waar ik van uit ben gegaan staan tussen haakjes. Ga altijd na of deze maten voor jou kloppen. Misschien heb je een bredere of dunnere pols. Of misschien heeft jouw dopje een andere afmeting. In dat laatste geval moet je alle afmetingen aanpassen. Begin bij de kleine cirkel. De doorsnede is afhankelijk van je dopje. Vervolgens pas je de maat van het staandertje aan. Dit is de omtrek van de cirkel (=3,14 x doorsnede) plus naadtoeslag. De doorsnede van de grote cirkel is ongeveer 2,5 keer de doorsnede van de kleine cirkel. Dit is mede afhankelijk van het pofeffect dat je wenst te bereiken. Ten slotte bepaal je of de polsband wel breed genoeg is voor je speldenkussen.
De stofjes zijn geknipt

Verstevig de polsband met vlieseline. Pers een vouw in het midden van de band (lengterichting). Strijk vervolgens aan alle randen de naadtoeslag naar binnen. Nu zie je hoe breed je polsband uiteindelijk wordt. Stik aan de uiteinden het klittenband vast. Je naait hier naai door slechts één stoflaag. Zorg ervoor dat je de klittenbandjes niet aan dezelfde kant vastnaait. Bij mij zit het zachte deel aan de bovenkant van de polsband. De harde kant zit bij het andere uiteinde aan de onderkant. Dit voorkomt dat het klittenband andere stoffen beschadigt, mocht de band niet helemaal aansluiten. Op sommige dagen zijn je polsen nou eenmaal wat dikker.
Leg de korte kanten van het staandertje op elkaar en naai deze stevig vast. Speld en naai het staandertje vervolgens aan de kleine cirkel. Dit is een priegelwerk, maar als je goed gemeten en geknipt hebt, past het precies. Controleer of het dopje in het stoffen bakje past.
Haal het dopje er weer uit en naai het bakje op de polsband. Zorg dat je maar door één laag van de polsband naait, zodat de achterkant uiteindelijk ook mooi wordt. Ik heb het bakje iets uit het midden geplaatst, vanwege de overlap van de uiteinden.
Als het bakje aan de band bevestigd is, kan je het dopje weer erin leggen. Neem de grote cirkel en rijg en/of strijk de naadtoeslag naar binnen. Nu kan je de cirkel aan het staandertje bevestigen, zodat de muffinvorm ontstaat. Hiervoor moet de cirkel een beetje gerimpeld worden. Om de stof gelijkmatig  te verdelen, kan het helpen om zowel de staander als de cirkel in vier gelijke delen te verdelen (bijvoorbeeld met een verdwijnstift). Zo zie je hoeveel stof je tussen twee streepjes moet rimpelen. Zet de cirkel vast met een slipsteek. Maak heel kleine steekjes. Als de delen voor driekwart aan elkaar zitten, moet je de vulling in het speldenkussen doen. Het laatste stukje is wat lastiger te naaien.
Wie wil kan nu jojo’s ter decoratie maken. Er zijn allerlei jojo-makers in omloop, maar die heb je niet per se nodig. Knip een cirkel uit de stof. Vouw een klein randje om naar binnen en rijg deze vast. Als je rond bent en je trekt het rijggaren aan, dan trekken de randen automatisch naar het midden. Vouw de jojo in de plooi. De stof is namelijk niet altijd gelijk verdeeld. Voor de sier kan je een knoop in het midden van de jojo bevestigen.

Zo maak je een jojo

Bevestig de jojo’s op de polsband. Ook dit keer stik je maar door één laag. Ten slotte vouw en/of speld je de randen van de polsband op elkaar. Langs de lange randen rijg je de lagen vast met siergaren. De korte kanten naai je onzichtbaar dicht met gewoon naaigaren.
Voilà. Nu is ook jouw speldenkussen klaar voor gebruik. Veel plezier ermee!